Boekrecensie door Francis Herbers

Marianne Dijkshoorn
“Maak je event toegankelijk voor iedereen”

Wat doe je als je liefhebber van festivals bent maar toevallig ook slecht ter been? Je rolstoelende vrienden hebt, waarmee je graag samen naar evenementen gaat? Maar je ervaringen daarmee lopen vaak uit op een teleurstelling omdat je er soms gewoonweg niet in kan? Of door de achteringang en de keuken naar binnen moet? In plaats van voortaan thuis te blijven, schreef Marianne Dijkshoorn er een boek over, vanuit haar eigen ervaringen met ontoegankelijke festivals en evenementen. Vooral om te laten zien hoe het, eenvoudiger dan je denkt, anders kan.

Checklist

Een goede zet, want met dit boek is er geen enkel excuus meer om nog een ontoegankelijk evenement, congres of festival te organiseren. Het staat namelijk bomvol praktisch advies en handige tips over het toegankelijk maken van je evenement. Een overzicht van middelen waarvan je het bestaan niet wist. Maar ook van communicatie vooraf, de inrichting van festivalterrein en locaties (zowel vast als tijdelijk), crowdmanagement tot veilige ontruiming bij calamiteiten. Van lift tot ringleiding, van bewegwijzering tot gebarentolk. De boodschap van het boek is eigenlijk dat wanneer een evenement toegankelijk is, dat comfortabel is voor echt iedereen.

Gastvrijheid

Het boek gaat dan ook in feite niet over mensen met een beperking of of zelfs maar toegankelijkheid. Het gaat vooral over gastvrijheid. Hoe krijg je nog meer bezoekers en tegelijk goodwill bij alle bezoekers. Van mensen met een motorische beperking tot mensen met een auditieve of visuele beperking, bijna iedereen komt voorbij in het boek. Het enige wat ik zelf miste in dit overzicht, is mensen die geen gebruik (kunnen) maken van een invalidentoilet. Mensen die liggend verzorgd moeten worden, bij voorkeur in een ruimte met tillift. Dat mij dat opvalt zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat mijn zoon tot die groep behoort. Gelukkig is er steeds vaker een goede ‘changing place’ aanwezig in openbare ruimtes. Het alternatief (verschonen op een vieze wc-vloer) is niet echt aantrekkelijk. Hopelijk komt dat nog in een volgende druk van het boek.

Communicatie

Marianne wijdt zelfs een hoofdstuk aan hoe je iemand met een beperking het beste aan kan spreken. Handig voor mensen die zich daar ongemakkelijk bij voelen (die zijn er nou eenmaal). Met het belangrijkste advies: vraag eerst hoe je iemand kan helpen en luister voordat je aannames doet en te hulp schiet. Dat levert namelijk nog veel meer ongemak op. Sowieso heeft communicatie een belangrijke rol in dit boek. Marianne benadrukt dat je nog zo toegankelijk kan zijn als festival, als niemand dat weet, komen er nog steeds geen mensen met een beperking en nemen zij dus ook geen hele vriendengroep mee. Communiceren over toegankelijkheid is het toverwoord, zowel om je mee te onderscheiden als te zorgen dat je evenement ook nog maatschappelijk verantwoord is. Maar vooral voor meer bezoekers.

Meer bezoekers

“Maak je event toegankelijk voor iedereen” is een echte eye-opener en maakt je in een klap bewust van alle ins en outs van toegankelijkheid. Het boek is zeker geen verwijt aan de festivalwereld, integendeel. Het is een positieve handleiding waaruit blijkt dat ontoegankelijkheid vaker met onwetendheid te maken heeft dan met onwil. De allerbelangrijkste tip uit het boek vind ik dan ook de tip om iemand met een beperking toe te voegen aan je team. Op die manier weet je zeker dat er aandacht is en blijft voor toegankelijkheid, met meer bezoekers als resultaat.

Mocht je ondanks dit zeer informatieve en complete ‘handboek voor toegankelijkheid’ nog steeds moeite hebben met de organisatie, Marianne Dijkshoorn is ook in te huren voor advies op maat.