Heeft u een beperking? Zoek voortaan uw eigen nooduitgang!

Heeft u een beperking? Zoek voortaan uw eigen nooduitgang!

Marianne Dijkshoorn en Syan Schaap

Het bezoeken van (buiten)evenementen is voor personen met een beperking vaak een hele opgave. In de praktijk verbazen wij ons over de creativiteit die gebruikt wordt als het gaat om mensen met een beperking toegankelijkheid en uitgankelijkheid te verlenen. Nu de regelgeving voor brandveiligheid van ‘overige plaatsen’ na tien jaar dialoog en vijf jaar schrijven per 1 januari 2018 eindelijk van kracht is geworden, blijkt helaas dat de rolstoelgebruiker toch weer het kind van de rekening is.

Dat rolstoelgebruikers er op veel evenementen tegenaan lopen dat zij slecht binnenkomen, niet voldoende geserviced worden op het terrein en er soms zelfs niet meer afkomen in noodsituaties, schreef Marianne in haar vorige blog voor ESI. Bij gebrek aan regels en richtlijnen op dit gebied zou nog gesteld kunnen worden dat organisatoren simpelweg niet altijd beter weten. Gemeenten konden tot 1 januari zelf regels stellen aan de brand- en vluchtveiligheid van evenementen, maar deden dit feitelijk bijna niet. Hoe mooi zou het zijn geweest als de AMvB BGBOP, de nieuwe landelijke regelgeving voor brandveiligheid en basishulpverlening voor (buiten)evenementen, dan wel concrete kaders had geboden voor de (vlucht)veiligheid van personen met een beperking? Helaas blijkt het tegendeel het geval. We bespreken dit aan de hand van vier zaken die in de nieuwe regelgeving aan bod komen: bezettingsgraad, nooduitgangen, vluchtsnelheid en ontruiming.

Bezettingsgraad

Hoeveel mensen passen er veilig op een vierkante meter? Dit is een belangrijk onderwerp voor evenementen, want hoe meer bezoekers je mag toelaten, hoe meer kaartjes je kunt verkopen. De nieuwe regels over bezettingsgraad zeggen gek genoeg alleen iets over de bezettingsgraad in besloten verblijfsruimtes, dus ruimtes in tijdelijke bouwsels, bedoeld voor publiek en omgeven door wanden. De norm is heel simpel gesteld op maximaal vier op de vierkante meter. Als je jezelf bedenkt dat een rolstoelgebruiker al een vierkante meter nodig heeft, mogen we voor hem en alle andere bezoekers hopen dat er heel weinig rolstoelen of andere hulpmiddelen in deze ruimtes binnenkomen, anders wordt het wel erg gezellig druk. Natuurlijk had de AMvB daar nuance in moeten aanbrengen en moeten zeggen dat dit situationeel moet worden beoordeeld aan de hand van onder meer het publieksprofiel en het gebruik van de ruimte, maar niets van dat alles vinden wij in de regels terug.

Nooduitgangen

Wat staat hierover nu precies in de AMvB? Iedere vluchtweg moet een doorgang van 85 centimeter breed bevatten. Andere doorgangen moeten minimaal 50 centimeter breed zijn. Deze beschrijving kan je projecteren op de poortjes die je vindt bij een festivaltoegang, waar vaak 50 centimeter ruimte is voor de fouillering: één van die poortjes zou dan minimaal 85 centimeter breed moeten worden. Met deze regels kan het dus zomaar zijn dat een festival 40 fouilleringspoortjes heeft en slechts één van die poortjes de minimale breedte van 85 centimeter heeft. En dat met wetenschap dat een rolstoel gemiddeld 70 (en soms wel 90) centimeter breed is. We creëren zo dus een aparte vluchtweg voor onze mindervalide medemens! Moeten we die rolstoel- of rollatorgebruiker dan niet evacueren, als die doorgang zich net aan de andere kant bevindt terwijl de vluchtende menigte de route daarnaartoe blokkeert? Deze conclusie komt hard over. Toch kan dit de realiteit worden als er slechts één brede nooduitgang per vluchtroute is.

Vluchtsnelheid

Een ander belangrijk feit is dat personen met een beperking zich over het algemeen langzamer verplaatsen door de beperking zelf of het gebruik van een hulpmiddel. En dan kijken we naar wat de nieuwe regels zeggen over de vluchtsnelheid, ofwel: het aantal mensen dat per meter nooduitgang per minuut kan vluchten. In Nederland is dit sinds het Bouwbesluit 2012 vastgesteld op maximaal 135 (dit was daarvoor 90). Dat is meer dan twee mensen per seconde. Ook de nieuwe regelgeving neemt deze snelheid weer over. Denkt u zich even in dat vluchtende mensen in een tent of andere besloten ruimte zijn aangewezen op soms maar één nooduitgang (twee zijn immers voortaan pas verplicht vanaf meer dan 225 aanwezige bezoekers) en dat juist in die nooduitgang de rolstoelgebruiker voorop het tempo bepaalt! Loopt de vluchtroute buiten over het gras en door de modder, dan zal de ondergrond een stevig remmende factor vormen. Kortom, deze snelheid is niet reëel haalbaar als er ook personen met een beperking aanwezig zijn. En in heel veel gevallen zal dit de praktijk zijn. Het is al de vraag of de Europese norm voor toeschouwersaccommodaties van 83 personen per meter per minuut haalbaar is bij alle soorten evenementen. Toch zegt de AMvB niets over hoe je beredeneerd met een lagere vluchtsnelheid moet gaan rekenen als je weet dat je bezoekers geen optimale snelheid kunnen halen

Basishulpverlening

De nieuwe brandveiligheidsregels in de AMvB BGBOP geven aan dat er op evenementen voortaan ook aan basishulpverlening moet worden gedaan. Dit is gedefinieerd als: eerstehulpverlening, basisbrandbestrijding, ontruiming en het alarmeren en begidsen van de hulpdiensten. Deze wettelijke eis blijkt echter alleen van toepassing op plaatsen die ook onder de meldingsplicht van de AMvB vallen, dus plaatsen met een verblijfsruimte in een bouwsel bedoeld voor minimaal 150 gelijktijdige aanwezigen. Huh? Dus we stellen een wettelijke plicht in om BHV en ontruimingsplannen te regelen, maar alleen voor evenementen waar een tent of ander groot bouwsel staat? Ja, want de redenatie lijkt te zijn dat daar een brandrisico aanwezig is en op een marktplein of festivalterrein niet. Opnieuw natuurlijk een gemiste kans die ook weer de veiligheid van de rolstoelgebruiker en andere verminderd zelfredzamen niet ten goede komt. Hij of zij kan immers wel wat hulp gebruiken bij het vinden van de rolstoelnooduitgang als het noodweer nadert, of kan worden geholpen om snelheid te maken, om daarmee het vluchten van de overige bezoekers niet te vertragen (zij moeten immers iedere minuut de 135 halen!). Talloze onderzoeken maken duidelijk: bij een rampscenario probeert men te overleven en handelen mensen soms zelfs schijnbaar irrationeel. Doordat het in een noodsituatie een instinctieve reactie betreft, komt er snel een tunnelvisie en is de dichtstbijzijnde nooduitgang niet op het netvlies. Daarnaast kan het goed mogelijk zijn dat de dichtstbijzijnde doorgang niet die ene rolstoeltoegankelijke is en dat de persoon met een beperking tegen de stroom in op zoek moet naar een andere uitgang. Extra inzet op BHV is dus geboden wanneer de nooduitgangen hun fysieke beperkingen hebben en zeker wanneer en veel verminderd zelfredzamen aanwezig zijn, maar daar zwijgt de regelgeving over.

VN-verdrag

In het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2007) zijn de rechten van mensen met een beperking op verschillende levensterreinen vastgelegd. Uitgangspunt van het VN-Verdrag is dat mensen met een beperking volwaardig mee kunnen doen aan de samenleving. Concreet betekent dat de rechten voor personen met een beperking worden bevorderd, beschermd en gewaarborgd. Centrale begrippen in het verdrag zijn inclusie, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Door de invoering van het VN-Verdrag Handicap en het amendement VN-Verdrag gelden sinds januari 2017 de grondslagen toegankelijkheid, gelijkheid, doeltreffendheid en zelfstandigheid in Nederland. De nieuwe brandveiligheidregels van de AMVB BGBOP zetten dit VN-verdrag buitenspel.

Universal Design

Onze nieuwe AMvB gaat ook voorbij aan de principes van Universal Design. Deze zijn ontwikkeld op basis van het feit dat een onzorgvuldig gemaakte omgeving barrières kan creëren en daarmee ontoegankelijkheid kan creëren bij instroom, circulatie en uitstroom.

De Universal Design-benadering geeft een andere kijk op het begrip ‘beperking’. In 1997 formuleerde een groep Amerikaanse academici en professionals de zeven principes voor ‘ontwerpen vanuit universal design’. De doelstelling daarvan is het vergemakkelijken en veraangenamen van het leven van alle gebruikers. De zeven basisprincipes zijn:

  1. Bruikbaar voor iedereen
  2. Flexibiliteit in het gebruik
  3. Eenvoudig en intuïtief gebruik
  4. Begrijpelijke informatie
  5. Marge voor vergissingen
  6. Beperkte inspanning
  7. Geschikte afmetingen en gebruiksruimten

Als de veiligheid bij evenementen wordt getoetst aan de bovenstaande basisprincipes worden ingangen, doorgangen en uitgangen veiliger en beter voor iedere gebruiker. Dit is natuurlijk niet de enige verbetering die we nodig hebben in het zorgen voor veilige evenementen voor alle bezoekers. Laten we nog eens goed kijken naar onze nieuwe regels en niet voorbijgaan aan al die kennis en inzichten die er zijn op dit gebied.

Marianne Dijkshoorn is adviseur bij Welkom Toegankelijkheid & Evenementen

Syan Schaap is directeur van het Event Safety Institute